“Een God die oordeelt is…

Home | Blog | Bijbel | “Een God die oordeelt is…

… even kleinzielig en onbenullig als de mens zelf.” Aldus Arthur Japin, in de kersverse Jezusglossy. Japin is de hoofdredacteur, en beschrijft prachtig en prikkelend hoe hij zelf met God, Jezus en geloven is opgegroeid. En wat hij van die Jezus vindt. Op bladzijde 12 schrijft hij: ‘Misschien is dat wel wat mij het meest verhindert te geloven in een Opperwezen, het idee dat het zou oordelen. Dat het allerlei eisen stelt en voorwaarden en regeltjes. Ondenkbaar! Ik kan niet begrijpen dat iemand dat gelooft.’

jezus-glossy-vt-wonen

God: huisarts of dokter

Ik denk dat Arthur Japin niet de enige is die zo over een oordelende God denkt. Ik voel ook heel erg met hem mee. Ik heb heel lang moeite gehad met Gods oordeel. En ik vind bijvoorbeeld ook dat God vaak kleinzielig en onbenullig wordt neergezet. Japins gedachten vind ik doordacht en doorleefd. Dat voel je zo als je zijn artikel in Jezus! leest.

Japin prikkelt en inspireert me. Ik voel me door hem aangesproken. Want ik geloof wel in een God die oordeelt. Ik vind dat zelfs geweldig. Een enorme opluchting. Een God die niet oordeelt, zou ik een koud, afstandelijk en harteloos Opperwezen vinden. Zit je daar lekker in de hemel – waar die ook mag zijn – een feestje te vieren, maar je bemoeit je ondertussen niet met de mensen die je zelf bedacht en gemaakt zou hebben. Een kind maakt een mooie tekening, laat hem aan papa zien (‘Wat vind je ervan, papa?’), en papa zegt niks. Behalve: ‘Sorry, ik oordeel niet. Ga maar weer verder kleuren.’ Met zo’n God kan ik niet leven.

Ook kan ik niet leven met een God die niet oordeelt over iets slechts bij me (want ik weet wel: geen enkele goede vader veroordeelt de tekening van zijn kind. Hoewel…). Als ik ziek ben, wil ik een dokter die dat aanwijst en behandelt. Geen mooie praatjes. Zachte heelmeesters maken stinkende wonden. Afgelopen jaar had ik enorme buikpijn, net onder de maag. Ik naar de huisarts. Maar die vond het wel meevallen, en stuurde me naar huis. Ik ging die avond door de grond van de pijn, en op eigen houtje naar het ziekenhuis. Gelukkig vond de dokter het niet meevallen. Ontstoken alvleesklier. Had niet langer onopgemerkt mogen blijven. Acht op de tien mensen overlijdt er aan. Ik leef nog. (Overigens bood de huisarts een paar dagen haar excuses aan. Vond ik echt top!)

Een God die niet oordeelt is als die huisarts. Dat is mijn dood! En ik ben blij dat God mijn (ons!) diepste probleem heeft aangewezen, heeft behandeld en heeft genezen. Daarom is Jezus zo serieus (natuurlijk zou ik Jezus ook wel eens een goede grap willen horen maken, blz. 126 van de Jezusglossy). Hij begon aan een mega-project, met een mega-probleem. Dat probleem is de macht van de zonde in mijn leven, en mijn aantoonbare gebrek aan kracht om die macht de baas te zijn. Ik kreeg een alvleesklierontsteking en ik kon die zelf niet genezen. Dat gevoel. Dat gevoel beschrijft de apostel Paulus ergens, als het om zijn manier van leven gaat – en de ontsteking in zijn leven.

‘Mijn doen en laten zijn voor mijzelf een raadsel. Want ik doe niet wat ik graag wil (Gods goede wet naleven; je weet wel, die 10 geboden). Nee, ik doe juist dingen waar ik een hekel aan heb. Ik doe wat ik niet wil en daaruit blijkt dat ik het met de wet eens ben en dat ik die juist vind. Ik doe die slechte dingen dus niet zélf, maar de zonde die mij beheerst.’ [De Bijbel, Brief aan de kerk in Rome, hoofdstuk 7 vers 15-17]

Twee kanten

Een oordeel heeft altijd twee kanten: het goede goed noemen, en het slechte slecht. Onze moeite met God is vaak dat we denken dat God of Jezus alleen het slechte benoemt en veroordeelt. Jezus zou een negatieveling zijn, een zwartdenker, een zonde-zoeker. Ik moet zeggen: dat dacht ik vroeger wel. Maar ik heb hem leren kennen als een goede waarnemer, die liefdevol en eerlijk zegt waarop het staat. Bijvoorbeeld in het laatste bijbelboek Openbaring, als de opgestane Jezus veertig jaar later verschijnt aan de bejaarde apostel Johannes, een van de 12 leerlingen van Jezus.

Johannes, schrijf aan de boodschapper van de gemeente in Thyatira:
‘Dit zijn de woorden van de Zoon van God, die ogen heeft als vlammend vuur en voeten die gloeien als brons: ik ken jullie doen en laten, jullie liefde, jullie geloof en hulpvaardigheid en ik weet hoe moedig jullie volhouden. Ik weet ook dat jullie nu nog meer doen dan eerst (positief oordeel). Toch heb ik iets tegen jullie… (negatief oordeel)’ [De Bijbel, Openbaring 2 vers 18-20]

God oordeelt niet op mijn manier: kleinzielig en onbenullig. Als God echt God is, dan moet hij ook op een aantoonbaar goddelijke manier oordelen. Perfect. To the point. Out of the box. Origineel. Verbazingwekkend. Goddelijk goed.

Ook als het gaat om de grootste kwaal van de mensheid. De tumor in me. Mijn onmacht om niet te falen. Niet te roddelen, niet te (ver)oordelen over anderen of mezelf, niet mezelf mooier voor te doen dan ik werkelijk ben, niet zuiver te oordelen. Vaak gaat het goed, vaak ook niet – analyseer mijn facebook of twitter maar eens. Inderdaad, alsof iets de macht over me heeft. Ik ben zo blij met een God die deze macht een naam heeft gegeven: zonde. Heel vroeg al, in het eerste Bijbelboek, in Genesis 4 vers 7.

En ik ben blij met een God die die macht heeft overwonnen; door mens te worden en zich in de persoon van Jezus niet te laten overmeesteren door die macht. Geen enkele keer. Niet toen hij verleid werd, niet toen hij werd uitgedaagd en gemanipuleerd door de religieuze elite of werd vernederd door wrede Romeinse soldaten, niet door de wetenschap dat hij alles kon (als ik Jezus was zou ik multi-miljonair worden door heel veel water in heel veel wijn te laten veranderen), en zelfs niet toen hij aan een kruis werd vastgespijkerd: ‘Vader, vergeef hun dit, want ze weten niet wat ze doen.’

Gods goddelijk oordeel

Ik begrijp, denk ik, de moeite van Arthur Japin met de zonde. Hij schrijft dat hij in zijn katholieke jeugd door de kerk is verplicht om zichzelf zondig te voelen. Toen hij 12 jaar werd en ter communie ging. Hij moest dan wel eerst biechten. Maar hij kon oprecht geen fout of zonde bedenken. Desnoods moest hij maar een zonde verzinnen, zei zijn priester. Ook moest hij keer op keer zeggen ‘God, ik ben het niet waard dat u bij mij komt’. Dat is natuurlijk dodelijk. Ik herken dat trouwens ook uit mijn gereformeerde jeugd. Er ging in de kerk geen gebed voorbij, waarin niet werd gezegd dat we zondig waren en dat we tekortschoten. In mijn eigen gebeden was ik dus ook constant op zoek naar iets slechts wat ik die dag gedaan zou hebben. Ik vond, in tegenstelling tot Arthur Japin, altijd wel wat. Maar het is net zo dodelijk.

Ik ben blij dat ik met het ouder worden onderscheid leerde maken tussen echtheid en schijn, ook in de kerk. Ik herken nu zèlf de macht van de zonde. En ik heb Jezus leren kennen. Hij was sterker dan die macht. Maar hij liep daar niet egoïstisch mee te koop. ‘Kijk mij eens zonder zonde zijn! Dat zijn jullie niet hè…’

Jezus zette die goddelijke macht in om de wereld van de zonde te redden. Hoe? Door het hoogmoedige deel van Israël (als Gods voorbeeldland voor alle andere landen) in liefde en naar waarheid te oordelen. In duidelijke taal. Hij deed dat steeds door mensen écht te ontmoeten, en ze stuk voor stuk als unieke mensen met hun eigen verhaal te zien. En door iedereen, ook zijn moordenaars, uiteindelijk allemaal te vergeven. Niet op de begrijpelijke maar mijns inziens gemakkelijke manier die Arthur Japin voorstelt: ‘Een God die almachtig is, vergeeft vanzelf. Die doet zand erover en klaar (blz. 13 van de Jezusglossy).’ Dat is geen vergeving. Dat vind ik koude, ongevoelige woorden. De laatste keer dat ik iemand vergaf, deed dat pijn. Ik moest huilen. Als ik tegen hem had gezegd: ‘Zand erover, en klaar’, dan had hij kunnen zeggen: ‘Ik heb het gevoel dat het jou helemaal niks doet. Kom je wel bij je gevoel? Heb ik je eigenlijk wel pijn gedaan? Vergeef je me eigenlijk wel?’

Vergeven doet altijd in meer of mindere mate pijn. Je neemt de schuld van de ander op je. Het kost vaak tranen. En het komt bijna onze strot niet uit. Zoals in onderstaande video gebeurt:

God oordeelt ons door ons te vergeven. En bij hem doet vergeven ook pijn. Almacht schakelt pijn niet uit. Daarom stierf Jezus, als personificatie van God, aan een kruis. Als onomstotelijk bewijs dat het God pijn doet om ons te vergeven. Geen snelle vergeving met een decreet vanuit de hemel. “Lieve mensen, bij dezen: het is goed zo.” Dat zou geen hond geloven of raken. God neemt ons en onze fouten serieus, vooral onze grootste fout: het bewust negeren van hem. (Dit is Jezus’ definitie van ‘zonde’, Johannes 16 vers 8 en 9) Het oordeel daarover, en de pijn die met die vergeving gepaard gaat, komen samen in het kruis van Golgota.

En nu? Over Gods cadeau: een tegenmacht

Aan wie in Jezus geloven geeft God een tegenmacht terug. Die macht is de heilige Geest, waardoor je een soort tweede natuur krijgt. Jezus noemt dat een nieuwe natuur. Je wordt opnieuw geboren. Wie die Geest krijgt gaat iets merken. Je gaat er enerzijds op vertrouwen dat Jezus de eerste nieuwe mens zonder zonde is. Dit geloof is de basis van het leven; door dit ijs kun je niet zakken. Anderzijds leer je in de geest van Jezus te leven, wanneer je om die Geest vraagt. De heilige Geest is de kracht voor het leven; met vallen en opstaan ga je steeds meer lijken op Jezus zelf. Gods Geest zat vol in Jezus en is de tegenmacht van die andere macht: de macht van de zonde.

PS. Meer ontdekken over Jezus, God en vergeving of misschien wel de macht van de zonde in je leven? Overweeg de online cursus WaaromJezus? te volgen of neem hier contact met ons op, en we reageren snel.

 Gratis online cursus over God en Jezus

 Stel je vragen aan je persoonlijke e-coach

 Meer dan 10.000 mensen gingen je al voor

IkzoekGod.nl

IkzoekGod.nl

5 reacties

  1. Avatar Carmen Lagadeau op 13 februari 2015 om 11:49

    Vergeving gaat gepaard met ( veel ) pijn, maar het mooiste ( wisseling ) aan het Kruis van Golgotha Amen
    Vergeving is de kracht van het Evangelie!!!!!

  2. Avatar Pieter van der Heijden, op 19 februari 2015 om 18:04

    Goed gezegd David Heek. Jezus zegt in Johannes 5 vers 22 “de Vader oordeelt niemand, maar heeft het oordeel geheel aan de Zoon gegeven”. En in Vers 24 zegt Jezus “wie mijn woord hoort en gelooft Hem die mij gezonden heeft, die heeft [het] eeuwige leven en KOMT NIET IN HET OORDEEL, maar is uit de dood overgegaan in het leven”.

  3. Avatar PietV. op 20 februari 2015 om 17:55

    David Heek kun je het verhaal niet iets breder trekken. Bijvoorbeeld door te stellen dat veel uitspraken niet aan Jezus kunnen worden toegeschreven, ook rond wonderen hangt een dubieuze mist etc.

  4. Avatar Henry op 11 juli 2017 om 00:24

    MMmh het oordeel in het kruis van Golgotha…. Was het niet de genade van het kruis en het oordeel van de hel? Genade is vrij verkrijgbaar, maar de hel helaas ook. Ik vind dit verhaal erg eenzijdig geschreven en daarmee niet goed recht doende aan de volledige Waarheid.

  5. Avatar Henry op 11 juli 2017 om 00:29

    Overigens zeggen veel mensen dat goede mensen de hel niet verdienen. De Bijbel zegt dat geen enkel mens goed is. Dus alleen in Jezus, door Zijn genade kunnen we gered zijn (en hier zeker van zijn). Mensen die Jezus afwijzen zijn niet goed, denk maar eens aan het volgende: God is als Jezus op aarde gekomen om ons te redden en heeft hiervoor zelf de dood doorstaan. Ja zelfs pijn en martelingen en veel smaad en bespottingen hier op aarde en dit alles terwijl Hij God was en is. Nee zeggen tegen dit offer van Jezus is de grootste misdaad die je kan begaan, want dan wijs je God, Jezus en Zijn offer af waar Hij zoveel voor heeft geleden. Je zegt dan Hem en ZIjn offer hoef ik niet…

Laat een bericht achter