Op Facebook zag ik een prachtig filmpje over troost. Celliste Manuela vertelt hoe ze als jong kind haar vader zag sterven. De cello speelde in haar leven toen nog helemaal geen rol. Tot in het huis naast haar nieuwe buren kwamen wonen.

 

Cello

De buurvrouw speelde cello. Dat instrument boeide de toen 9-jarige Manuela. Plus: ze wilde ,,iets te doen hebben”. En zo gebeurde het: Manuela kreeg celloles van de buurvrouw. Ze kocht een eigen cello, ging naar een amateurorkest, kreeg later les van meer docenten én ging uiteindelijk naar het conservatorium. Nu speelt ze in een ensemble. (Wil je weten hoe een cello klinkt? Kijk en luister hier.)

De cello bracht Manuela troost. ,,Soms zijn er geen woorden om iemand te troosten.” Ook wanneer ze zelf troost zocht, kon ze die niet altijd in woorden vinden. ,,Soms kan muziek dat wel.” Nog altijd vindt ze tijdens optredens troost, ,,omdat dit me heeft gebracht bij wie ik ben.”

Gevoelig voor muziek

Ik herken hier wel iets van in mijn eigen leven. Ook ik ben gevoelig voor muziek. Muziek kan ook mij troosten. Een keer liep ik tijdens een wandeling door Amsterdam overdag de Westerkerk binnen. Daar bespeelde op dat moment net iemand het orgel, en wel zo mooi, dat al snel de tranen opwelden in mijn ogen. Muziek deed toen wat woorden niet altijd kunnen. Verdriet dat ergens diep in mijn lichaam zat opgeslagen, werd aangeraakt. Het vond eindelijk de weg naar buiten, in de vorm van tranen. Ik liet ze gewoon komen. Het deed me goed. Luisteren naar muziek is voor mij een vorm van zelfzorg wanneer ik verdrietig ben.

Hoe kwam ik bij het filmpje van Manuela terecht? Ik scrollde door Facebook en zag deze vraag voorbij komen: ‘Wie troost mij?’ Het was die vraag die me aansprak, pas daarna zag ik het filmpje van Manuela.

Wie of wat?

‘Wie troost mij?’ Wie. Niet: wat. Wie troost mij? Dat is me nogal een vraag. Voor mij tenminste. Er is mijn leven veel dat voor pijn zorgt. Maar voel ik het verdriet daarover altijd? Wil ik het voelen? Kan ik altíjd bij mijn verdriet komen? Kan ik bij ál mijn verdriet komen? Of duw ik verdriet soms zelfs weg? Waarom dan troost zoeken? Wat moet ik dan met de vraag: wie troost mij?!

Ik heb aarzelingen om mijn verdriet te laten zien. Gelukkig nemen die aarzelingen de laatste jaren wel af! Maar toch… In elk geval heb ik geen zin in makkelijk uitgesproken troostwoorden. Ook niet in troost van mensen die m’n verdriet niet echt willen peilen. Evenmin in troost van mensen die hun eventuele eigen aandeel in mijn pijn niet onder ogen willen zien. En wil ik me laten troosten door mensen die dat misschien op een onbeholpen manier doen, hoe goed bedoeld ook? Dieper speelt dit nog mee: toen ik als kind en als jongere getroost werd, heb ik dat vaak ervaren als wegwuiven van mijn pijn. (‘Je hoeft niet te huilen…’; ‘het is niet zo erg, hoor…’) Troost heb ik als volwassene lange tijd niet willen ontvangen omdat ik me dan ongemakkelijk klein voelde ten opzichte van de degene die mij troostte.

Meevoelen

Wat er allemaal kan meespelen bij het al of niet openstellen voor troost… Dan tóch maar ‘wat troost mij’ in plaats van ‘wie troost mij’? Nee, ten diepste wil ik íemand die me troost. Daarom sprak die vraag ‘Wie troost mij?’ op Facebook mij meteen aan. Want hoe troostend muziek voor mij kan zijn, muziek kan mijn pijn niet meevoelen, kan niet naast me zitten, kan mijn tranen niet begrijpen. Dat kan alleen íemand doen, m’n vrouw, een vriend, of zomaar iemand die kan luisteren. Het goede daarvan mag ik steeds opnieuw ervaren.

Ook troost van een mens blijft ergens steken. Want wie kan de pijn van een ander helemaal meevoelen? Wie kan het verdriet van een ander ten volle begrijpen? Elk hart heeft zijn eigen verdriet. Niet alle verdriet is te delen. Daarom kan de ene mens de andere mens niet volmaakt troosten. Volmaakte troost mag ik niet van een ander verwachten. Die mag ik alleen van God verwachten.

God kent me hélemaal. Nog beter dan ik mezelf ken. Hij is altijd bij mij. (Een mooi lied van Sela hierover is: Ik zal er zijn.) God ziet mij. Hij doorziet mij, tot in de verste uithoeken van mijn ziel. Hij weet precies waarvoor ik troost nodig heb. Hij kent ook Zelf verdriet, om ons. In de Bijbel lezen we dat Jezus huilde. God is begaan met mij. Vanuit diepe bewogenheid verzorgt hij mij, geeft hij liefdevolle aandacht aan mijn wonden. Wat mij pijn doet, vertel ik hem, soms laat ik in mijn gebed mijn tranen de vrije loop. (Een gezongen gebed om troost: Geef mij moed en geef mij kracht.)

Toekomstmuziek

Ben ik als mens die in God gelooft dús volmaakt getroost? Nee. Want barrières in mijzelf blijven hinderen, ook bij het ontvangen van de troost die van God komt. Volmaakt getroost zullen we pas zijn, wanneer God op aarde komt wonen. Dan pas zullen we volledig hersteld en genezen zijn, volmaakt open voor Gods troost. Dat is nog toekomstmuziek. Nu is het voor mij vaak: vertrouwen dat er een God is die mijn pijn en verdriet volmaakt peilt.

Ten diepste een getroost mens

Dat te geloven troost, ook al ervaar ik troost van God vaak niet zo direct. Ik vind het niet eenvoudig om te verwoorden hoe ik Gods troost ervaar; tegelijkertijd voel ik me toch echt ten diepste getroost. Ik weet me altijd gezien. Ik voel zoiets als verzachting van de pijn van mijn wonden. God heb ik mijn leven leren kennen als God die altijd troost.

Spreekt deze blog je aan of heb je vragen of wil je er iets over kwijt, dan kun je vertrouwelijk contact met ons opnemen. Wil je meer weten over wie God is en hij naar je kijkt, kijk dan naar dit filmpje.
Roelof Vellinga

Roelof Vellinga

Predikant. Facebook-dominee. Publicist. Imperfect mens, daarom welkom bij Jezus. Wandelaar-met-hond.
Roelof Vellinga
Roelof Vellinga

Latest posts by Roelof Vellinga (see all)

Leave a Reply