Een leerling pleegt zelfmoord, en de schoolleiding (ondersteund door de wethouder) zegt meteen: ‘Alles is gedaan om het pesten te stoppen.’ Ik las de verbazing over deze reactie gisteren op Facebook. Het verbaasde mij ook. Hoe kan een school zo reageren?!
Het gaat over de zelfmoord van een 15-jarige leerling van het Grotius College in Heerlen: Tharukshan Selvam. Zijn naam is bekend. Ook de familie zelf treedt in de openbaarheid (via Facebook) over de ramp die haar getroffen heeft. Heer, ontferm U!

Bekend patroon

De school reageerde volgens een bekend patroon: wij (leiding/personeel) hebben het goed gedaan en aan de ander (Tharukshan) mankeert iets. Hoeveel woorden van medelijden de school dan nog richting de familie uitspreekt, die zullen niet aankomen. Meelevende woorden zijn niet geloofwaardig wanneer de school het blijkbaar belangrijk vindt om meteen het eigen straatje schoon te vegen. (De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de koepelorganisatie waaronder het Grotius College valt, later op de dag met een andere verklaring kwam. Het is, volgens de koepelorganisatie, van belang dat alles goed wordt onderzocht. ‘En de school is daar partij in. Daar waar wij fouten hebben gemaakt, zullen wij die erkennen.’)

Zelfrechtvaardiging

‘Wij hebben het goed gedaan en aan de ander mankeert iets’. Dit is zelfrechtvaardiging in haar zuiverste vorm. De school rechtvaardigde in de eerste reactie haar eigen handelen. Hoe begrijpelijk: je zult maar moeten dragen dat je de dood van een ander op je geweten hebt. Er speelt nog iets mee. De familie uitte openlijk beschuldigingen richting school. Grote kans dat het lerarenteam daardoor in de verdediging is geschoten. Hoe begrijpelijk: je zult maar het verwijt krijgen dat je de dood van iemand op je geweten hebt…

Herkenbaar voor me

Zelfrechtvaardiging. Ik ben er zelf ook goed in. Helaas…
In huis laat ik nog wel eens wat kapot vallen. In de keuken vooral. Stel dat ik een vaas omver gooi die mijn vrouw op het aanrecht had gezet om schoon te maken.

En stel dat het om een vaas gaat die mijn vrouw zelf had gemaakt. Grote kans dat ik mezelf ga verdedigen nog voordat mijn vrouw ook maar iets gezegd heeft: ‘Die vaas staat hier normaal gesproken nooit. Ik heb al vaker gezegd: zet die vazen niet op zulke gevaarlijke plekken neer.’ Zo rechtvaardig ik mezelf. Want kon ik het helpen? Die vaas stond daar toch nooit!? En had ik m’n vrouw al niet gewaarschuwd. Aan mij ligt het echt niet! Andere mogelijke reacties van mij:

‘Waarom zet jij die vaas hier neer precies wanneer ik begin met koken?’
‘Jij zet die vazen van jou altijd maar overal en nergens neer. Vind je het gek dat ik nu al weer per ongeluk zo’n vaas van jou stuk gooi!?’
En wat vind je trouwens van deze uitweg:
‘Mijn excuses, maar ik kon toch echt niet weten dat jij die vaas daar had neergezet.’

Geniaal, of toch niet?! Ik weet wel zeker dat mijn vrouw daarover anders zou denken: ‘Houd je excuses maar voor je als je mij toch de schuld wilt geven!’
Dit is een verzonnen voorbeeld. Maar mijn vrouw zou zeker voorbeelden uit ons echte samenleven kunnen geven…

Waarom doe ik dat toch?

Waarom rechtvaardig ik mezelf? Ik weet toch dat ik niet foutloos ben!? Wat staat me dan zo vreselijk tegen in het aanbieden van royale excuses?
Bij mij is er een verschil tussen weten en erkennen. Denk maar aan ziek zijn. Weten dat je ziek bent of eraan toegeven dat je ziek en anderen vertellen dat je ziek bent. Dat zijn twee heel verschillende dingen. Nog wat rare kronkels bij mij: Ik weet dat God me m’n fout wíl vergeven. Maar, wil ik om vergeving vragen? Wil ik vergeving ontvangen? En: Ik geloof dat God m’n fout vergeven hééft, en nóg wil ik mezelf naar mijn vrouw toe rechtvaardigen. Hoe is het mogelijk?! Zou er iets belangrijker zijn dan dat het goed zit tussen God en mij? Niets toch?! De Bijbel geeft deze verklaring: in mij zit een koppigheid, een onbuigzaamheid. Zonde noemt de Bijbel die. Meer specifiek: Zonde van de hoogmoed. Ik wil me gewoon niet klein maken. (Psalm 75:5: Tot de hoogmoedigen zeg ik: Wees niet hoogmoedig, tot de trotse zondaars: Verhef je niet….)

Op zonde wil ik liever niet gewezen worden. (Psalm 36:2: De zonde sust zijn geweten in slaap – geen besef van schuld…)
Zonde wil ik liever niet toegeven, zeker niet naar iemand dichtbij.

Voor mij is het daarom goed dit te bidden:

‘Heer, overwin mij met Uw liefde. Breng me onder de indruk van hoé U mij liefheeft, zodat ik liefde kan geven in plaats van een muur van zelfrechtvaardiging op te trekken. (Vergelijk 1 Johannes 4:11: Geliefde broeders en zusters, als God ons zo heeft liefgehad, moeten ook wij elkaar liefhebben.)
Laat mijn verlangen naar verbondenheid sterker zijn dan mijn verlangen om mezelf te rechtvaardigen. (Vergelijk 1 Joh. 1: 7: … gaan we onze weg in het licht, zoals hijzelf in het licht is, dan zijn we met elkaar verbonden en reinigt het bloed van Jezus, zijn Zoon, ons van alle zonden.)
Als Christus me al vergeven heeft, help me dan om zonder mitsen en maren goed te zijn voor de ander, vol meeleven te zijn met de ander. (Vergelijk Efeziërs 4:32: Wees goed voor elkaar en vol medeleven; vergeef elkaar zoals God u in Christus vergeven heeft.)
Zegen mij met integerheid, vredelievendheid, mildheid, meegaandheid. (Vergelijk Jakobus 3:17: De wijsheid van boven (…) is vóór alles zuiver, en vredelievend, mild en meegaand (…))’

Ruimte

Terug naar het voorbeeld met de vaas. Als ik me door de liefde laat overwinnen, kan ik tegen mijn vrouw zeggen:
‘Sorry, dat ik die vaas kapot hebt laten vallen. Je had ‘m nog wel zo mooi gemaakt.’

Zo voelt mijn vrouw meeleven. Zo geef ik mijn vrouw ruimte om zich met mij te verbinden. Zo sticht ik vrede.

Roelof Vellinga

Roelof Vellinga

Predikant. Facebook-dominee. Publicist. Imperfect mens, daarom welkom bij Jezus. Wandelaar-met-hond.
Roelof Vellinga
Roelof Vellinga

Latest posts by Roelof Vellinga (see all)

Leave a Reply