Home » Bijbel » De vreemde god van mijn voorouders
Home » Bijbel » De vreemde god van mijn voorouders
Home » Bijbel » De vreemde god van mijn voorouders

Religie en spiritualiteit zijn allesbehalve uit de mode. Zelfs over god mag in ons land vaak gewoon gepraat worden. Als het maar niet dwingend wordt. We leven in een boeiende tijd: we staan voor alles open.

Waar veel Nederlanders niet op zitten te wachten, is op vroegere tijden: ‘Begin alsjeblieft niet over de kerk, en begin niet over de god van mijn (over)(groot)ouders. Daar heb ik helemaal niks mee. Dat vind ik saai, irrelevant, gezeur (‘dit mag wel, dat mag niet’) of ik heb gewoon te pijnlijke dingen meegemaakt die de kerk in de naam van haar god heeft gedaan.’

Onze spirituele ervaringen

Sinds kort geef ik leiding aan De Bovenzaal, een plek voor niet-kerkelijken in Amersfoort. We spraken laatst over stemmen, inzichten, spirituele ervaringen die we niet kunnen begrijpen of duiden, maar die wel wat met ons deden. Bijna iedereen had wel een verhaal. We maken spirituele ervaringen mee die ons energie geven. Of nog meer dan dat: we maken op basis van de ervaringen keuzes die ons verdere leven bepalen.

Twee handen die de zon proberen te grijpen

Stem?

Wat is die stem? Waar komt dat inzicht, die ervaring vandaan? Wie het weet mag het zeggen. Het zou heel geheimzinnig en verrassend wel eens de god van je voorouders kunnen zijn, met wie zij veel hadden, maar jij helemaal niks (meer). Ik baseer dit op een verhaal.

Een oud verhaal

We lazen in De Bovenzaal een oud verhaal uit de Bijbel. Over Mozes. Dat is die kerel die het onderdrukte Israël uit Egypte bevrijdde. Zie God and Kings van vorig jaar. Als Joods, naamloos baby’tje wordt hij door zijn ouders in een mandje in De Nijl gelegd om zo te ontkomen aan een Egyptische kindermoord. Het mandje wordt gevonden door een Egyptische prinses (Mozes is een Egyptische naam, en betekent zoiets als ‘Uit het water gehaald’). Mozes groeit op aan het Egyptische hof.

Als hij 40 jaar is, trekt Mozes zich het lot van zijn volk aan. Hj slaat een Egyptenaar die een Israëlitische slaaf mishandelt, dood. Hij begraaft hem snel. Het lijk wordt echter ontdekt, en het bericht bereikt ook het Egyptische hof. Mozes moet vluchten. Naar het buitenland. Naar een land dat Midian heet. En daar hoedt hij 40 jaar schapen in de woestijn. Mozes is alles kwijt. Zijn status – geen prins meer -, zijn roots – zijn volk -, zijn god – nooit wat van gehoord, een god van vroeger – en zelfs zijn schoonvader Jethro. Mozes hoedt zijn schapen helemaal alleen in de woestijn.

En dan gebeurt dit. Mozes maakt een spirituele ervaring mee. Hij hoort een stem.

Eens dreef Mozes de kudde tot voorbij het steppeland, en zo kwam hij bij de Horeb, de berg van God. Daar verscheen de engel van de HEER aan hem in een vuur dat uit een doornstruik opvlamde. Mozes zag dat de struik in brand stond en toch niet door het vuur werd verteerd. Hoe kan het dat die struik niet verbrandt? dacht hij. Ik ga dat wonderlijke verschijnsel eens van dichtbij bekijken. Maar toen de HEER zag dat Mozes dat ging doen, riep hij hem vanuit de struik: ‘Mozes! Mozes!’ ‘Ik luister,’ antwoordde Mozes. ‘Kom niet dichterbij,’ waarschuwde de HEER, ‘en trek je sandalen uit, want de grond waarop je staat, is heilig. Ik ben de God van je vader, de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob.’ Mozes bedekte zijn gezicht, want hij durfde niet naar God te kijken.
[De Bijbel, Exodus, hoofdstuk 3:1-6]

De kracht achter deze wereld past zich aan

Mozes hoort een stem. ‘Ik ben de god van je vader, de God van Abraham… kortom: de god van je voorouders.’ Vanuit een struik die in de fik staat. Een absurde ervaring, zoals ook wij soms absurde ervaringen meemaken. Die stem, de onzichtbare kracht past zich aan aan de omstandigheden van Mozes. Het is daar waar Mozes op dat moment is. Die stem sprak vroeger volgens de oude verhalen met een man als Abraham. Maar nu, eeuwen later, uit een struik, in een woestijn, ver weg van dat volk van Abraham.

Herken je dat?

Heb jij helemaal niets meer met de god van je voorouders? Of met de god van de kerk van vroeger. En heb je wel eens zoiets onbegrijpelijks meegemaakt? Volgens dit verhaal ben je niet de eerste.

Als er een kracht achter deze wereld zit, dan past hij zich blijkbaar aan. Aan elke (nieuwe) tijd. Dat vind ik erg boeiend en inspirerend. Wat vind jij? Welke stemmen heb jij gehoord, waar je echt naar wilde of misschien wel moest luisteren?

PS. Reageer hieronder. Of deel rustig en veilig je verhaal met een van onze medewerkers. We gaan graag met je in gesprek.

Tagged with →  

3 Responses to De vreemde god van mijn voorouders

  1. Avatar wietze schreef:

    Als het de God van de voorouders moet zijn, dan zouden we ook aan Wodan kunnen denken, misschien nog wel liever dan de God waar Mozes mee te maken had. Die God zorgde ervoor dat zo’n 25% van de Egyptenaren (alle oudste zonen) onschuldig afgeslacht werden omdat de Koning van dat land, de Farao, het volk Israël niet wilde laten gaan. Die God zorgde er ook nog eens zelf voor dat die Farao niet toegaf want dat gaf Hem de kans om nog meer van zijn macht en grootheid te laten zien. Wel een beetje zielig. Ik had daar net in een blog over geschreven onder de titel: Mozes, God als Plaaggeest..
    Niet echt een God om naar terug te verlangen…

  2. Avatar David Heek schreef:

    Beste Wietze,

    bedankt voor je reactie. Ik heb je blog gelezen, en ik denk dat ik je begrijp. De vraag rond het geweld in de oude verhalen, vind ook ik een moeilijke, niet in de laatste plaats omdat we ons alleen met veel moeite een voorstelling kunnen maken van de oude culturen en beschavingen. Het enige dat ik in mijn theologische opleiding heb ontdekt is dat de culturen rond Israël strenger, lomper en barbaarser waren dan Israël zelf. Dus de kritiek die wij vanuit onze tijd en beschaving uiten op toen, zou nooit door mensen geuit zijn in die tijd zelf.

    Voorbeeld:
    In de Bijbel krijgt Israël de opdracht: ‘oog om oog, tand om tand.’ Dat klinkt hard. En lomp. In de culturen daaromheen was het veel barbaarser. Daar was het ‘leven om oog, leven om tand.’ Hopakker, kop eraf.
    Israël moest een eerlijker en rechtvaardiger samenleving vormen.

    Terug naar jouw blog.

    Als vader van drie kinderen (waarvan de oudste een zoon is) vind ik het verhaal van de tiende plaag pijnlijk om te lezen. Ik moet er niet aan denken om op die manier mijn kind te verliezen. Verschrikkelijk. Dat is de ene kant.
    Aan de andere kant zie ik een volk dat honderden jaren onderdrukt wordt,zonder dat ook maar 1 Egyptenaar daartegen in opstand komt. Hoe bevrijd je zo’n volk dan? Met woorden? Dat werkt niet.
    En dat weten we zelf ook wel. Toen o.a. Nederland in de vorige 5 jaar onderdrukt werd, moesten we bevrijd worden. Dat kostte veel (ook jonge) Duitsers de kop.

    Daarbij: als er één beschaving is waarin veel onschuldig bloed gevloeid is, dan onze westerse beschaving wel. In de afgelopen 20e eeuw zijn er meer mensen vermoord dan in alle voorafgaande oorlogen opgeteld.

    Als God bestaat, hoeft hij niet verdedigd te worden. Een god die altijd (eenvoudig) begrepen wordt, is ook geen god. Een god mag doen wat hij wil, maar kan daarbij natuurlijk wel bevraagd worden. Ik ben blij dat de god van dit verhaal tegen onderdrukking is, en daarvoor opkomt, en ik ben blij dat het grote verhaal verder gaat.
    Maar het is en blijft een lastig verhaal om met 21e eeuwse Westere ogen te lezen.

    Hoe zie jij dat?

    Hartelijke groet,
    David Heek

  3. Avatar wietze schreef:

    David,
    Kom pas laat aan een reactie toe. Voor mij is het duidelijk, na een 25 jarig christocentrisch leven (zie mijn blog introductie), dat de behoefte om de vaak wrede god van de Tenach (OT) te verdedigen, voortkomt uit een á priori emotionele verbondenheid met de God van de Bijbel (Oude en Nieuwe Testament). Je kunt Jezus niet ervaren als de Weg, de Waarheid en het Leven, als de Vriend die in jouw plaats wilde staan, en z’n Vader (met wie hij samen God is) veroordelen om zijn vroegere streken. Hij kan alleen maar gisteren, heden en morgen dezelfde zijn.
    Het is bijna niet te vragen, maar mocht je eens echt objectief naar de feiten kunnen kijken dan zijn de verontschuldigingen die je aandraagt niet te verdedigen, zelfs voor menselijk handelen niet eens, maar zeker niet voor een almachtig en liefdevol god die ook wel iets anders had moeten kunnen bedenken.
    De overtuiging dat het hier gaat om oude primitieve verhalen uit een tijd dat dit soort goddelijke wreedheden wel ok waren, is m.i. veel bevredigender. Je komt dat soort beschrijvingen tegen in de volksverhalen van vrijwel alle volkeren en culturen.
    Voor kinderen van god is die positie bijna niet in te nemen, hermeneutische pogingen om dat nog wel mogelijk te maken ten spijt. Ik vind dat ik dat wel mag/moet vragen maar weet ook dat het een stukje veilige warmte zou gaan kosten.

Laat een bericht achter