Home » Bijbel » Hoe je God kwaad krijgt
Home » Bijbel » Hoe je God kwaad krijgt
Home » Bijbel » Hoe je God kwaad krijgt

Ik geloof in God. Dus pas maar op. Hou me in de gaten. Wees kritisch op me. Want gelovigen kunnen ontzettend irritant zijn. Zelfs zo irritant dat ze hun medemens, gelovig of niet, van God weghouden. En als je God kwaad wilt krijgen, moet je dat vooral doen. Dat concludeer ik na het verhaal van het zogenaamde Palmpasen.

schreeuw

Palmpasen, wat is dat?!

Palmpasen, dat is – helaas ;-) – niet het Paasfeest waar het bekende en lekkere Belgische brouwsel wordt gedronken. Het is wel de zondag voor Pasen, rondstreeks het jaar 29, waarop Jezus van Nazaret een feestelijk onthaal krijgt in Jeruzalem. Een triomftocht als een generaal die terugkomt van een gewonnen oorlog. Oké, niet zittend op een uitgedost paard, maar bijna lief en teder op een ezelsveulen. Een beetje vreemd, maar wel een mooi gezicht. Om hem heen zwaaien de mensen met palmtakken (vandaar de naam: Palmpasen). De mensen voelen het, vooral de leerlingen van Jezus. Eindelijk gaat hij na drie jaar mooie woorden en wonderlijke daden écht iets doen. De poorten van Jeruzalem staan open. Jezus gaat koning worden. Hij gaat die rotromeinen wegjagen. En dat roepen zij en anderen dan ook: ‘Geef ons de overwinning! Geprezen is hij die komt in de naam van de Heer. Geprezen is het komende koninkrijk van vader David!’

Maar… Jezus doet niets als hij in Jeruzalem is. Hij gaat naar het tempelplein, kijkt er even goed rond en verlaat daarna met zijn leerlingen Jeruzalem weer. Een anticlimax natuurlijk. Is dat nou de nieuwe koning van Israël, zoals ooit David dat was?

Pas een dag later, maandag dus, komt hij in actie. En hoe! Weer gaat hij naar het tempelplein. Daar aangekomen jaagt hij niet de Romeinen weg, maar iedereen die er iets kocht of verkocht. Razend en ziedend van woede gooit hij de tafels omver van geldwisselaars en de stoelen van duivenverkopers. En hij stuurt iedereen van het tempelplein af, die met voorwerpen rondloopt, omdat het tempelplein lijkt te worden gebruikt voor het programma Tussen kunst en kitsch. Ondertussen schreeuwt hij het uit: ‘Staat er niet geschreven: “Mijn huis moet (1.) voor alle volken (2.) een huis van gebed zijn?” En terwijl de tempelmunten over de grond rollen en hij weer een tafel omvergooit, voegt hij er aan toe: ‘Maar jullie hebben er een rovershol van gemaakt!’ Met deze woorden sluit Jezus aan bij twee vroegere profeten: Jesaja en Jeremia, die ongeveer 500 jaar voor Jezus in Israël optraden. En die konden al ook zo goed uit hun slof schieten.

Maar waarom is Jezus zo kwaad?

De woede van Jezus is te begrijpen als je die oude profeten kent. Klik op bovenstaande links, en je kunt lezen hoe zij eeuwen voor Christus tekeergingen tegen de discriminatie van buitenlanders en de onderdrukking van de arme laag van de bevolking. Het Israël van toen leek veel (en steeds meer?) op het Nederland van nu. Het volk van God hield er destijds een buitengewoon hypocriet immigratiebeleid en armoedebeleid op na. Ook in de tijd van Jezus. Want je kon flink op die buitenlanders verdienen, wanneer zij de beroemde en prachtige tempel in Jeruzalem rond het Joodse paasfeest bezochten. Geld wisselen, tegen hoge wisselkoers uiteraard, en het verkopen van duiven (omdat buitenlanders natuurlijk geen dieren konden meenemen om te slachten) leverden veel geld op. En dat midden op het tempelplein.

Zie ze daar zitten, de “gelovige” Israëlieten, zichzelf verrijkend over de rug van buitenlanders. De tempel was een huis van gebed, maar voordat je mocht gaan bidden, moest je als buitenlander eerst door een corrupte douane. En dat terwijl God zich laat kennen als een God van ‘gratis entree’ en voor iedereen: ‘Mijn huis moet een huis van gebed voor alle volken zijn.’

Daarom is Jezus zo kwaad op zijn volksgenoten. Ze maken van het gebedshuis een hol waar je de portemonnee van de bezoekers leegrooft, en je eigen zakken vult.

Ken je zulke gelovigen?

Ken je ze? Gelovige mensen die dingen vooraf van je eisen, voordat je God kunt leren kennen? Ken je gelovigen die zelf zeggen te geloven, maar in hun doen en laten iets laten zien van: ik ben beter of (spiritueel of geestelijk) verder dan jij?

Ben je in het verleden misschien wel door de kerk tekortgedaan, of gewoon volop belazerd? Hebben gelovigen je niet naar de liefdevolle God gewezen, maar hebben ze je liefdeloos de les gelezen? Kun je, niet vanuit een vooroordeel, maar gewoon aantoonbaar vertellen dat gelovigen je hebben gekwetst of onderdrukt?

Overweeg dan eens om die terechte boosheid te erkennen. En overweeg dan ook de keuze om niet in die boosheid te blijven hangen. Want niet die hypocriete of gemene gelovigen, maar jij hebt dan Jezus van Nazaret aan je kant! Mensen die je afhouden of hebben afgehouden van God, hebben Jezus van Nazaret tegen zich. Daarom is hij, namens God, zo ontzettend kwaad op Palmpasen. In zijn wereld wil hij geen koning zijn, waarin zo hard en hypocriet met mensen wordt omgegaan. En met God zelf. Op die maandag laat Jezus zien hoe je God kwaad krijgt.

Jezus kiest (net als God) de kant van de gekwetsten, de kant van de onderdrukte buitenlanders, vreemdelingen en minderheidsgroepen. Hij kiest (net als God, zelfde link) de kant van het onmondige kind en de aan hun lot overgelaten weduw(nar)en. Hij kiest de kant van mensen die (in het verleden) door de kerk of individuele gelovigen worden (of werden) belast met religieuze voorwaarden, die meer met traditionalisme en menselijke bedenksels te maken hebben dan met Gods goede nieuws.

En ik? Ik ben, zoals gezegd, een gelovige. Maar ik geloof pas echt als ik me aan dit beleid van de messiaanse koning van Palmpasen verbind.

Wil je hier verder over doorpraten? Wil je je verhaal misschien kwijt? Verlang je naar de echte God en naar gelovigen die wèl naar je luisteren? Dan kun je hier bij een van onze e-coaches terecht.
Tagged with →  

Laat een bericht achter