Home » Bijbel » Je suis (God) – een gesprek
Home » Bijbel » Je suis (God) – een gesprek
Home » Bijbel » Je suis (God) – een gesprek

‘God, ik heb een vraagje. Aan welke kant staat u eigenlijk?’
‘Hoe bedoel je?’
‘Nou, staat u aan de kant van Charlie Hebdo, aan de kant van die extremisten (nee toch?), aan de kant van gematigde moslims, aan de kant van Joden, aan de kant van christenen, aan de kant van mensen die leven met de beste bedoelingen – kortom, welke kant kiest u?’

ingesprekmetGod575x388
‘Ik kies geen partij of groep mensen.’
‘Hoezo niet?’
‘Ik laat mensen voor mij kiezen.’
‘Ja, maar voor welke God kiezen ze dan? Er is zoveel keuze. Er zijn zoveel meningen over u.’
‘Dat weet ik. En laat ik bestaan.’
‘Maar kan het iets duidelijker misschien? Wie bent u? Bent u Charlie? Bent u Allah? Bent u Jezus? Bent u een verzameling van het beste wat een mens kan zijn? Wie bent u?’
‘Je wordt warm, soms zelfs heel heet.’
‘Kom op. Zeg het, God. Wie bent u?’
‘Je suis.’
‘Wattes?’
‘Ik ben.’
‘Ik ben? U bent… wat? Wat volgt daarna?
‘Niets.’
‘Ik ben. Punt. Maar hoe vaag is dat!’
‘Ga niet doen wat veel van je medemensen doen. Stop me niet in een hokje. Elk hokje zal te klein blijken te zijn.’

[pauze]

 

‘God, Jezus heeft een keer gezegd: ‘Wie mij heeft gezien, heeft de Vader gezien.’
‘En dus?’
‘Dat kan toch betekenen dat u Jezus bent? Jezus plaatst zichzelf met deze uitspraak op één lijn met u, niet dan?’
‘Inderdaad. Warmer dan via hem, kun je mij niet leren kennen.’
‘Maar u bént Jezus niet?’
‘Mijn zoon lijkt sprekend op mij. Ik kon me via hem aan de wereld laten zien. Hij is mijn spreekbuis. En mijn avatar. Hij neemt mijn naam op de lippen (vers 27): ‘Ik ben (het)’. Hij leeft mijn naam perfect uit. Hij is mijn naam. Ik ken hem, en hij kent mij. Hij weet wie hij is, hij weet wie ik ben. Ik ben.’
‘En dus..?’
‘…Kies ik voor altijd zijn kant. En Jezus koos in zijn leven steeds voor mijn kant. Helemaal toen hij koos voor zijn marteldood aan een kruis.’

 

[pauze]

 

‘Als u dan de kant van Jezus kiest (en Jezus uw kant), kiest u dan ook de kant van de christenen?’
‘Ik ben. Weet je nog?’
‘Eh, ja. Dus?’
‘Ik ben geen christen. Ik ben.’
‘Dus niemand kan u voor zichzelf opeisen.’
‘Je zegt het nog politiek correct.’
‘Oké. Iets duidelijker dan. Niemand kan u in zijn of haar broekzak stoppen?’
‘Dat is duidelijke taal.’
‘Maar dat geeft toch onzekerheid?’
‘Hoe bedoel je?’
‘Nou, als het niet duidelijk wordt of u aan mijn kant staat… daar word ik een beetje zenuwachtig van. Ik hou wel van een beetje zekerheid. Snapt u?’
‘Ja, dat begrijp ik. Maar vertrouw me, oké?’
‘Vertrouw me?’
‘Ja. Vertrouw me. Als je mij vastpint op jouw denkbeeld van mij, of jouw denkbeeld van Jezus, is er geen geloof of vertrouwen meer.
‘En wat dan nog? Ik wil zekerheid en duidelijkheid.’
‘Begrijp ik. Maar overschat je zelf niet. En onderschat mij en Jezus niet. Vertrouw ons.’
‘Help me even. Zeg wat meer.’
‘Na liefde is vertrouwen de basis van mijn relatie met Jezus. En de basis van zijn relatie met mij; lees zijn verhaal maar na. Vertrouwen is ook de basis van de relatie tussen mij en de mensheid. Vanaf het begin van de wereld al.’
‘Waarom is vertrouwen de basis?’
‘Omdat ik ben ben. Ik overstijg elk denkhok. Ik ben het begin van alles en iedereen. Dat is onbegrijpelijk voor jullie, en zonder vertrouwen onaanvaardbaar voor jullie. Alleen vertrouwen geeft je de kracht om mijn uniekheid te aanvaarden, en ervan te genieten. Ik ben het begin en de bron van al het zijn. Aanvaard dat. Je zult wel moeten als je mij tenminste God laat zijn, en laat blijven.’
‘Aha! U bent dus wel iets! U bent… God. U bent – in het Arabisch –  Allah.
‘Slim van je. Inderdaad, Ik ben ‘God’ of ‘Allah’. Ik ben ‘de Hoogste’.
‘Maar dat zegt natuurlijk nog niet wie u bént…’
‘God of Allah, Charlie of Christen, Moslim of Jood is mijn naam niet. ‘Ik ben’ is mijn naam. En als je wilt zien wie ik ben, kijk en luister dan naar mijn zoon. Wie hem heeft gezien, heeft mij gezien.’
‘U staat dus voor altijd aan Jezus’ kant.’
‘Ja. En hij zit voor altijd aan mijn kant.’
‘En als ik op Jezus vertrouw, in plaats van u of Jezus voor mijn karretje te spannen of in mijn broekzak te stoppen…’
‘…maak jij nu al deel uit van de vertrouwensrelatie die Jezus en ik samen hebben. Dan kun je vrijuit leven. Want dan ben jijzelf ook niet in een hokje te stoppen…’

 

[einde gesprek]

 

Meer ontdekken over de naam van God? Over Jezus? Wil je zelf in gesprek? Neem hier contact met ons op.

Tagged with →  

Laat een bericht achter