Home » Bijbel » De Muur – over ons verlangen
Home » Bijbel » De Muur – over ons verlangen
Home » Bijbel » De Muur – over ons verlangen

Als je de beelden terugkijkt, voel je zo met de Duitsers mee. De blijdschap, het verlangen naar vrijheid en de beleving en het ongeloof van die vrijheid spatten van het scherm af. In die novembermaand van 1989, deze maand 25 jaar geleden, is er echt wat bijzonders gebeurd.

Verlangen

De val van de Berlijnse Muur raakt aan ons verlangen: we willen vrij zijn. We willen samenleven in vrijheid. En we willen vrede. In vrede samenleven. Toen de Muur viel, brak dat verlangen open. En ze dansten de hele nacht.

Vrijheid en vrede. Misschien is het in jouw geval al zo, maar stel je eens voor dat al onze vriendschappen, gezinnen, families en de hele maatschappij gekenmerkt worden door vrijheid en vrede.

Wie op zoek gaat naar God, heeft vaak eerst een verlangen gevoeld. Je wilt meer dan je nu al weet of voelt. Meer vrijheid, meer vrede, meer liefde, meer… En we hopen dat God het ons laat beleven.

Muren

Maar wat gebeurt er vaak? We lopen tegen muren aan, die zowel kerkelijke als niet-kerkelijke mensen hebben opgebouwd.
Kerkelijke mensen kunnen de toegang tot God (bijv. door regels, rituelen en strikte voorwaarden) moeilijk hebben gemaakt. En niet-kerkelijken kunnen een karikatuur van God gemaakt hebben (bijv. door God af te schilderen als een onbetrouwbare tiran), zodat je niet open-minded maar met een vooroordeel op zoek gaat naar God. We kunnen daar echt last van hebben. En het is gewoon lastig om zulke muren af te breken.

De Muur van Israël

Mensen bouwen onnodige muren op. Berlijn heeft het laten zien, het Bijbelse verhaal net zo. Het is een oud verhaal dat ons kan helpen met de zoektocht naar God. Het vraagt wel wat aandacht van je. Komt-ie:

Toen God ongeveer 4000 jaar geleden via Abraham, de beroemde stamvader van Israël, zijn weg ging, bouwde Israël door de eeuwen heen een muur op. Israël had God leren kennen (via Mozes en de wet van God), maar het volk begon deze God steeds meer naar zichzelf toe te trekken, in de zin van: als God ons zijn wetten geeft, zal God zelf ook wel van ons zijn.

Israël was niet langer bezit van God, God werd meer en meer bezit van Israël. Israël eiste God dus gewoon op. Hoewel God met Abraham en dat ene volk Israël het geluk van de hele wereld voor ogen had, dacht Israël alleen aan zichzelf. God zat in hun achterzak. Hij was niet langer de onafhankelijke God die zelf besloten had met Israël op weg te gegaan.

Ook afgebroken

Heel begrijpelijk dat zoiets gebeurt. Iets wat goed is, houden we graag alleen voor onszelf. Maar in de ogen van God is het een onnodige muur, waarop hij niet zit te wachten. Afbreken dus. In naam van de vrijheid (God vindt dat iedereen hem moet kunnen zoeken en leren kennen) en in naam van de vrede (iedereen moet het goed kunnen maken met hem).
Het Bijbelse verhaal is dat God deze muur zelf heeft afgebroken, toen hij zijn eigen zoon naar de wereld stuurde.

Hoe Jezus die muur precies afbrak, is een verhaal apart. Zijn leven, sterven en opstanding kunnen wel een verlangen in ons oproepen. Zou het waar zijn? Is het waar dat God gaat voor oneindige vrijheid en eeuwige wereldvrede waarin opgebouwde muren die ons van God afsluiten, niet meer bestaan?
Als het waar is, krijgen we alle ruimte om hem te zoeken. Er zijn geen muren meer, geen mens kan je tegenhouden in onze zoektocht naar God. En op de een of andere manier speelt Jezus daarin een sleutelrol.

“Jezus zelf is onze vrede. Hij heeft jullie [niet-Joden in Efeze] en ons [Joden] tot één volk gemaakt door de muur van vijandschap die tussen ons in stond, af te breken.”
[Paulus, brief aan de christelijke gemeenschap in Efeze, hoofdstuk 2]

Tagged with →  

Laat een bericht achter